Latest Blogposts

Antoine de Pluvinel

Antoine de Pluvinel (1555 – 1620) erkende dat tijd en systematiek in de opleiding van het paard noodzakelijk zijn om het paard noch psychisch noch fysiek te schaden:

“De bevalligheid van het jonge paard is te vergelijken met de geur van bloesem: is ze eenmaal verdwenen, dan keert ze nooit meer terug”.

Het hoofddoel van de opleiding van een paard in zijn tijd was de ‘Terre a Terre’. In deze manier van bewegen van een paard is het mogelijk om bewegingen voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts te maken, wendingen te rijden, stops te maken, de Levade in te zetten (100% op de achterhand), waarbij dus optimale beweeglijkheid bereikt werd die nodig was in de gevechten. De Terre a Terre is als het ware een gevechtsgang.

De renaissance: koningen te paard

In de tijd van de Renaissance ontstonden vele idealen, kunstvormen en wetenschappen, zo ook de rijkunst. De geschriften van Xenophon werden na 2000 jaar weer actueel.

Het opleiden van paard en ruiter had in deze tijd een praktisch karakter: er werd in de oorlogen gevochten, de vorsten en koningen reden zelf voorop en het ging daarbij om leven en dood. Gehoorzaamheid van het paard en zijn wendbaarheid waren van levensbelang.

Koningen voerden hun legers aan in deze tijd en lieten zich opleiden door de grote meesters in de rijkunst, waardonder Antoine de Pluvinel. Pluvinel kreeg les van Giovanni Pignatelli, een leerling van Frederico Grisone.

Frederico Grisone

Frederico Grisone bestudeerde de werken van Xenophon en schreef zelf een nogal geweldadig boek over de rijkunst ”Gli Ordine d’Di Cavalcare” (1550).

Lichtheid was een mooi streven, maar lukte het niet dan was een brandende fakkel of een krabbende kat een paardenmiddel dat hij gebruikte. Hij gebruikte sporen die vrij lang waren en tot bloedens toe, maar ook met de zweep werd er op gevoelige delen geslagen en ook tussen de oren. Het paard werd echter gefolterd tijdens de training.

Hij was ook de eerste die veel sterkere bitten gebruikte, zoals stangen met een grote hefboom werking.

Maar hij was wel van mening dat een jong paard steeds met een eenvoudig toom bereden moest worden en een jong paard nooit voor zijn 3,5 jaar mocht starten met de opleiding.

Grisone stelde dat voor het bereiken van echte gehoorzaamheid van een paard, het gebruik van geometrische figuren (zoals cirkels en andere figuren) nodig zijn.

Grisone bereikte een hoger niveau van opleiding met veel vaardigheid van zowel het paard als de ruiter. Hij maakte de paarden oorlogsklaar. Door gebruik te maken van de capriole, courbette, pirouette en de levade hield hij de tegenstander op afstand.

De eerste Rijacademie werd opgericht in 1532 door Frederico Grisone in Napels. Dat gaf de mogelijkheid om om honderden ruiters door getalenteerde ruiters les te laten geven en daarmee de ruiterij sterk te verbreiden.

In heel Europa werden daarna ruiteracademies opgericht.

Naast het paardrijden onderwees men er ook in de schermkunst, muziek, dans, algemene en kunstzinnige vakken.

Deze ruiteracademies groeiden veelal uit tot universiteiten.

Grisone en zijn Academie werd zo populair, dat vele vorsten en koningen uit heel Europa hem kozen als leraar.

Antoine de Pluvinel

Pluvinel vermeed juist gewelddadige methodes en belichaamt de rijkunst van de Renaissance. In zijn geschrift ‘’L’ Instruction du Roy’’ wordt duidelijk dat Pluvinel een zachte omgang met paarden voorop stelde, ondanks dat de paarden getraind werden voor de strijd.
De strijd die men moest leveren zorgde ervoor dat wapenoefeningen een grotere prioriteit hadden dan de dressuur. De dressuur werd als basis beschouwd.

Boek

Antoine de Pluvinel geldt als één van de belangrijkste ruiters en leermeesters van de renaissance. Zijn grondregels laten een voor die tijd ongelofelijke fijne en bedachtzame leermethode voor het paard zien.

Zijn uit 1625 stammende werk “L’instruction du Roy en l’exercise de monter á Cheval” laat het rijonderricht van koning Lodewijk XIII zien, hoe paard en ruiter perfect werden opgeleid.

Pilarenarbeid

Pluvinel startte de opleiding van een paard aan de enkele pilaar, om daarna het paard tussen twee pilaren verder te ontwikkelen.

Aan de enkele pilaar leerde het paard te stappen, draven, galopperen op de volte.

Tussen de pilaren leerde het paard eerst overstappen. Daarna leerde het paard alle oefeninge t/m de kapriool.

Vervolgens werd het werk aan en tussen de pilaren herhaald met een ruiter op de rug van het paard. Als het paard hieraan gewend was leerde het de ruiterhulpen aan.

Als de ruiter alle hulpen voor de oefeningen vanuit het zadel kon geven, kon het paard los in de rijbaan gaan bewegen.

De volte

Pluvinel schets vele malen in zijn boek dat de volte de allermoeilijkste oefening is. De reden is als volgt:

‘’Als we jonge paarden zien lopen dan kunnen we ze soms de mooiste verzamelde gangen en hogeschoolsprongen boven de grond tot en met de capriole vrijwillig zien maken, ook de halve of kwart voltes, maar NOOIT een hele volte’’

Rechtrichten

Pluvinel schets in zijn boek het volgende over rechtrichten:

‘’Als het paard niet gehoorzaam zijwaarts wil gaan, kan het ook geen goede volte lopen:

  • Loopt het in de volte te ver naar buiten, dan zal de buitenspoor het paard weer naar binnen drukken;
  • Neemt het de wending echter te kort, dan zal de binnenspoor het paard weer naar buiten drijven om de volte ruimer te krijgen.”

Terre a Terre

Een belangrijk doel van de opleiding van een paard in deze tijd was de ‘’Terre a Terre’’. In deze manier van bewegen van een paard is het mogelijk om bewegingen voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts te maken, wendingen te rijden, stops te maken, de Levade in te zetten (100% op de achterhand), waarbij dus optimale beweeglijkheid bereikt werd die nodig was in de gevechten. De Terre a Terre is DE gevechtsgang.

De carriere stamt af van de terre a terre en wordt gebruikt in toernooien en bij het ringsteken:

Belonen

‘’Wees gierig met bestraffen, maar vrijgeving met belonen’’

‘’Wie alleen met kracht en dwang kan africhten is een ongeschikt en in elk opzicht een onbekwaam ruiter‘’

Gevoel en zachtheid

Pluvinel was een uitstekende leerling van Grisone. Hij weigerde echter veel van de methodes die Grisone hem oplegde toe te passen. Hij wilde de lijfstraffen of folteringen niet gebruiken en hij pleite dat de paarden met gevoel en zachtheid benaderd moesten worden.

Hij vond dat mens eerst het paard moest begrijpen, voor het paard de mens kon begrijpen!

De stem verheffen was al meer dan genoeg om een paard te straffen en net het gebruik van de zweep moest men spaarzaam zijn. Hij was de eerste na Xenophon die de psychische In zijn boek beschrijft hij dat wreedheid bij dieren totaal niet nodig is. De paarden werden bij hem niet ”gebroken” en werden niet als ”dressuurmachines” gebruikt. Pluvinel gebruikten zijn dressuur waarbij hij er vanuit ging dat paarden gevoelige wezens waren en geen object zonder ziel.

Bloesem

Pluvinel erkende al dat tijd en systematiek in de opleiding van het paard noodzakelijk zijn om het paard noch psychisch noch fysiek te schaden:

‘’Het is voor het paard precies hetzelfde als wat de bloemengeur/bloesem voor de vruchten betekent: deze bloemengeur/bloesem, eens verdreven, komt nooit meer terug’’

Vorkzadel

Pluvinel gebruikte tijdens het rijden een vorkzadel om een goed contact te behouden met zijn paard en zodat men het paard met gestrekte benen kon bestoren. Men kon dus veel beter oriënteren in de natuurlijke bewegingen van het paard en zo de gymnastische oefeningen kon versterken van het paard.

 

2 reacties op “Antoine de Pluvinel

Plaats een reactie


*