Latest Blogposts

Egon von Neindorff

Egon von Neindorff (1923 – 2004) bewaakte in zijn Academie in Karlsruhe het erfgoed van Steinbrecht. Hij was de laatste grootmeester in Duitsland.

Von Neindorff stamde uit een adellijke officiersfamilie. Zijn vader was officier in het Duitse leger. Hoewel von Neindorff zijn hele leven met paarden is geweest, was zijn eigen begin in overeenstemming met zijn filosofie van bescheidenheid. Als jongen hielp hij in de cavaleriestallen waar zijn vader die bevelhebbend officier was. Hij nam zijn eerste rijles op 10-jarige leeftijd. Hij ontwikkelde zich met zijn vader, met cavalerieinstructeurs, en met klassieke leraren zoals Karl Kunze en Richard L. Wätjen. Hij begon les te geven toen hij achttien was en hij gaf in de Tweede Wereldoorlog rijles aan koetsiers. Hij reed succesvolle wedstrijden rond zijn 30ste.

In de jaren vijftig maakte hij naam als ruiter en liet zich leiden door de klassieke rijkunst

Egon von Neindorff bewaakte in zijn ‘”Reitinstitut” in Karlsruhe het erfgoed van Steinbrecht. Hij was de laatste grootmeester in Duitsland. Egon von Neindorff wordt wel de hoeder van de heilige graal van de klassieke rijkunst genoemd. Hij staat voor het opleiden van paard en ruiter zoals het hoort, met veel geduld en liefde voor het paard.

Von Neindorff schreef vlak voor zijn dood het boek ”Die reine Lehre der klassischen Reitkunst”.

Klassieke traditie

Egon von Neindorff wordt wel de hoeder van de heilige graal van de klassieke rijkunst genoemd. Hij staat voor het opleiden van paard en ruiter zoals het hoort, met veel geduld en liefde voor het paard.

De droom van Egon von Neindorff was de Klassieke Traditie bewaren. HIj boodt aan ruiters van alle niveaus de mogelijkheid om de klassieke methodes van rijkunst te leren. Hij stelde: ”Het best-opgeleide paard is nauwelijks goed genoeg om de beginnende ruiter te onderwijzen.”

Von Neindorff wilde studenten produceren die onafhankelijk zijn en zich ontwikkelen tot verantwoordelijke, denkende ruiters, ruiters die op eigen kracht functioneren en niet ruiters die van een ander voor constante terugkoppeling over de staat van zichzelf en hun paard afhankelijk zijn. De ruiter dient zich altijd af te vragen of het paard meer verzameld aan het eind van de les is als in het begin.

Hij wilde de mensen vooral de grondbeginselen van rijkunst onderwijzen met daarbij:

  • de vaardigheid van correct zitten
  • inzicht in paardenverzorging
  • inzicht in de aard van het paard.

Een paar zeer belangrijke elementen van zijn filosofie zijn:

1. Verander nooit de aard en de persoonlijkheid van het paard.

Hij is het schepsel van de God en wij moeten proberen binnen ZIJN aard werken, hem niet te veranderen om aan ons aan te passen.

Als u zich dit herinnert en u zich eraan houdt, zal het paard in zijn werk gelukkig zijn.

2. Het paard doet het NOOIT fout.

Het is aan de RUITER veranderingen aan te brengen om zich aan de aard van het paard aan te passen. Het is aan de RUITER de harmonie te vinden.

Het is aan de RUITER de onafhankelijkheid van zijn zit en hulpen te ontwikkelen, en het paard te helpen om zijn evenwicht en sterkte en schoonheid onder de ruiter te vinden.

Het paard doet het NOOIT verkeerd.

Als u aan bovengenoemde waarheden houdt, kan elk paard met zijn ruiter mooi en in harmonie zijn.

Het kan zelfs grote dingen, zoals de de sprongen boven de grond, verwezenlijken.

Zijn vierbenige paardenprofessoren

Op 73-jarige leeftijd reisde von Neindorff nog uitgebreid rond om potentiële ‘’’vierbenige paardenprofessoren’’ te vinden. Een student van von Neindorff vertelde eens: ”Wanneer hij van zijn koopreizen terugkeerde en de paarden aankwamen, schudden wij onze hoofden en zeiden: ‘’dit zijn zeker niet de paarden die hij geselecteerd heeft!” Zes later maanden, nadat de zorgvuldige opleiding was begonnen, zagen wij de zelfde paarden en zeiden, “Wat een mooie paarden’’.”

Von Neindorff had een verscheidenheid van rassen beschikbaar voor zijn studenten: Andalusiers, Lipizzaners, Lusitanos, Hannoveranen, Arabieren, het Oost Pruisers (ouderwetse Trakehners van Polen), Volboeden. En hun persoonlijkheden waren net zo divers zoals het hun ras: van hartelijke Peer Gynt tot de trotse Snowman.

Rijkunst als religie

Volgens von Neindorff is klassieke rijkunst als godsdienst. Allebei vereisen ze intensieve studie en beide verwelkomen en accepteren alle soorten studenten. De enige vereisten zijn dat de student bescheiden is en over de inhoud ernstig is.

Von Neindorff: “Vele ruiters, begrijpen, wegens hun bovenmatige ambitie, helemaal niet de echte betekenis van paardrijden. Slechts een bescheiden ruiter die het idee wil dienen zal onze maniervan rijden kunnen begrijpen”.

Citaten

Overige citaten van Von Neindorff:

 ’’Klassiek rijden is natuurlijk rijden, zonder dwang, met veel gevoel en geduld’’.

’’Leidt het paard op zonder ooit te veel van het edele dier te verlangen. Het paard bepaalt de opleidingsduur.’’

’’Dressuur is geen doel op zich. Daar waar dressuur het doel is, gaat heel veel mis ten koste van het paard. Hij moet op driejarige leeftijd in de sport lopen en als hij zeven is moet hij al met een been in de Grand Prix staan. En dan verbazen eigenaren zich dat een paard niet gezond oud wordt. Het zijn echter de eigenaren zelf die de paarden in de neerwaartse spiraal brengen. Ze overbelasten het paard fysiek waardoor het uiteindelijk ook psychisch ten gronde gaat. Als je de dieren als knechten behandelt in plaats van als de edele dieren die ze zijn, dan worden ze niet oud.’’

’’Paarden worden door de jarenlange training echte atleten, ze worden mooi en vooral sterk.’’

 

0 reacties op “Egon von Neindorff

Plaats een reactie


*